Nederland is binnen West-Europa een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen en smienten. Nederland heeft een internationale verantwoordelijkheid in de opvang van deze vogels. Ganzen veroorzaken echter ook overlast op landbouwgronden. Nederland wil de overwinterende ganzen ruimte, rust en voedsel bieden. Anderzijds willen we de overlast binnen de perken houden. Daarom hebben de provincies opvanggebieden voor ganzen en smienten aangewezen, de zogenaamde foerageergebieden. Om er achter te komen of bij beheerders voldoende bereidheid bestaat voor het opvangen van ganzen, heeft Veelzijdig Boerenland samen met de agrarische natuurverenigingen het draagvlak in de gebieden gepolst.
Binnen de begrensde foerageergebieden kunnen beheerders een beheerovereenkomst afsluiten, waarmee naast rust ook voedsel wordt aangeboden in de vorm van gras, tarwe of een ander gewas. Buiten de gebieden geldt een actief verjaagregime, hiermee worden de ganzen zo veel mogelijk naar de foerageergebieden geleid. Vanwege een sterke populatiegroei van de afgelopen jaren is het wel van belang dat deze naar een acceptabele, maar stabiele omvang wordt teruggebracht.