De weidevogel krijgt in Nederland veel aandacht. En dat is niet voor niets, want het gaat niet goed met veel soorten. Ondanks de vele inspanningen zien we veel soorten in aantal teruglopen. Daar zijn vele oorzaken voor aan te wijzen, zoals het verdwijnen van ruimte en rust in het landschap en de intensivering van de landbouw. We vinden het belangrijk dat de weidevogel, een typische boerenlandvogel de ruimte krijgt om te broeden en zijn jongen succesvol groot te brengen. Zo streven we naar stabiele weidevogelpopulaties van bijvoorbeeld Grutto, Tureluur en Scholekster.
Met aangepast maaibeheer, het tijdelijk onder water zetten van het land en het beschermen van nesten proberen we de vogels een handje te helpen. Een goede onderlinge afstemming tussen de beheerders is daarbij van groot belang voor voldoende variatie. Zo proberen we te voorkomen dat er hele polders in één keer worden plat gemaaid. Weidevogels hebben namelijk behoefte aan beschutting in het langere gras. Zo vallen ze niet op voor predatoren als de vos en de kraai. Ook biedt het langere gras meer voedsel in de vorm van insecten. Een gezond bodemleven en voldoende kruidenrijk gras is essentieel.